ECLI:NL:CRVB:2025:1420
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M. Wolfrat
- J.T.H. Zimmerman
- D.H. Harbers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking, terugvordering en boete wegens schending inlichtingenverplichting bij bijstand en cryptovaluta
Appellant ontving bijstand van 30 april 2020 tot 30 september 2021. Het college startte een onderzoek na een signaal over cryptovaluta-bezit en constateerde dat appellant niet had gemeld dat hij cryptovaluta-accounts had bij diverse handelsplatforms. Hierdoor kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld.
Het college trok de bijstand in, vorderde de kosten terug en legde een boete op wegens schending van de inlichtingenverplichting. Appellant voerde aan dat hij de verplichting niet had geschonden en dat het college het recht op bijstand wel had kunnen vaststellen, onder meer omdat op bankafschriften overschrijvingen naar cryptoplatforms stonden.
De Raad oordeelde dat appellant redelijkerwijs had moeten weten dat melding verplicht was en dat het college niet op de hoogte was van het bezit enkel door de overschrijvingen. De door appellant verstrekte gegevens boden onvoldoende inzicht in de waarde en het verloop van zijn cryptovaluta. De intrekking, terugvordering en boete blijven daarom in stand.
Uitkomst: De intrekking, terugvordering en boete wegens schending van de inlichtingenverplichting blijven in stand.