ECLI:NL:CRVB:2025:1437
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over onjuiste vaststelling mate arbeidsongeschiktheid bij long-COVID
Appellante, die arbeidsongeschikt is geraakt door long-COVID, betwistte de vaststelling van haar arbeidsongeschiktheid op 37,34% door het UWV. Zij stelde dat haar medische beperkingen en urenbeperking onderschat waren, mede door post-exertionele malaise en prikkelgevoeligheid. De rechtbank handhaafde het UWV-besluit, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt anders.
De Raad stelde vast dat de verzekeringsarts Balk een zorgvuldig en overtuigend onderzoek heeft verricht en dat diens rapport van 20 november 2023, in samenhang met medische informatie van de behandelend sector, een betere weergave geeft van de beperkingen van appellante op de datum in geding, 17 maart 2022. Balk concludeerde dat appellante slechts twee tot drie uur per dag en tien tot twaalf uur per week belastbaar is, met bijkomende beperkingen zoals prikkelgevoeligheid en noodzaak tot rustmomenten.
De Raad vond dat het UWV-besluit niet deugdelijk was gemotiveerd en in strijd met artikel 7:12 Awb Pro. Het UWV wordt opgedragen het besluit te herstellen door de Functionele Mogelijkhedenlijst aan te passen conform het rapport van Balk en een nieuwe arbeidskundige beoordeling uit te voeren. De Raad benadrukt het belang van een juiste medische beoordeling en een zorgvuldige motivering in het besluitvormingsproces.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen het besluit over de mate van arbeidsongeschiktheid te herstellen met een nieuwe, deugdelijke motivering.