ECLI:NL:CRVB:2025:144
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging en weigering Ziektewetuitkeringen ondanks betwisting zorgvuldigheid UWV-onderzoek
Appellant was ziekgemeld met lichamelijke en psychische klachten en ontving een Ziektewetuitkering. Het UWV beëindigde de uitkering per 2 juni 2018 omdat appellant met geselecteerde functies meer dan 65% van zijn oude loon kon verdienen. Later werd een nieuwe ZW-uitkering geweigerd per 29 januari 2019 en een toegekende uitkering beëindigd per 5 oktober 2019, telkens op grond van geschiktheid voor eerder geselecteerde functies.
Appellant voerde aan dat het UWV-onderzoek niet zorgvuldig was, dat er geen aanvullend lichamelijk onderzoek was gedaan en dat de ernst van zijn klachten werd onderschat. De rechtbanken oordeelden echter dat het onderzoek zorgvuldig was verricht, dat de verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen hun oordeel voldoende hadden gemotiveerd en dat er geen aanleiding was om medische informatie van behandelaars op te vragen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraken. De Raad stelde vast dat de medische en arbeidskundige beoordelingen zorgvuldig en gemotiveerd waren, dat de door appellant ingediende medische stukken geen aanleiding gaven tot een ander oordeel en dat de voorwaarden voor beëindiging of weigering van de ZW-uitkering volgens de wet en jurisprudentie waren toegepast.
De hoger beroepen werden ongegrond verklaard, waardoor de beëindiging en weigering van de ZW-uitkeringen in stand blijven. Appellant krijgt geen vergoeding voor proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging en weigering van de ZW-uitkeringen van appellant.