Uitspraak
SAMENVATTING
PROCESVERLOOP
.
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
.
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving een maatwerkvoorziening voor individuele begeleiding via een persoonsgebonden budget (pgb), waarbij de begeleiding werd ingekocht bij zijn moeder. Na het overlijden van de moeder werd een heronderzoek ingesteld, waarbij bleek dat appellant met behulp van zijn moeder niet in staat was de pgb-taken verantwoord uit te voeren. De moeder vervulde namelijk een dubbele rol als beheerder en begeleidster, wat volgens vaste rechtspraak leidt tot rolvermenging en onvoldoende afstand bij het uitvoeren van beheerstaken.
Het college van burgemeester en wethouders van Dantumadiel besloot daarom het pgb te herzien en om te zetten in zorg in natura, omdat niet was gewaarborgd dat het pgb doeltreffend werd verstrekt. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en bevestigde het besluit. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de situatie anders was dan in de jurisprudentie en dat zijn zelfbeschikkingsrecht werd beperkt, maar bracht geen nieuwe feiten of medische onderbouwing aan.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en oordeelde dat het college op redelijke gronden het pgb mocht herzien. De beperking van keuzevrijheid tussen pgb en zorg in natura is gerechtvaardigd vanwege de wijze waarop appellant het pgb heeft aangewend. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot herziening van het pgb naar zorg in natura blijft in stand.