ECLI:NL:CRVB:2025:1540
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens niet duurzaam ontbreken arbeidsvermogen
Appellante vroeg een Wajong-uitkering aan op grond van het ontbreken van arbeidsvermogen per 1 januari 2022, vanwege diverse psychische aandoeningen waaronder een eetstoornis, borderline persoonlijkheidsstoornis (BPS), en een depressie. Het UWV stelde na onderzoek vast dat zij op die datum geen arbeidsvermogen had, maar dat deze situatie niet duurzaam was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en stelde het UWV in het gelijk.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft, mede door haar BPS, ADHD en andere psychische klachten. Zij verzocht ook om een onafhankelijk psychiatrisch onderzoek. De Raad oordeelde dat het moment waarop beperkingen voor het eerst ontstonden bepalend is voor de beoordeling en dat de beperkingen door BPS en ADHD al op haar 18e bestonden, waardoor de vijfjaarstermijn voor duurzaamheid was verstreken.
De Raad volgde het UWV in de conclusie dat het ontbreken van arbeidsvermogen niet duurzaam was, omdat er een reëel perspectief op verbetering bestond door behandeling en begeleiding. Appellante had onvoldoende medische informatie aangeleverd om dit te betwijfelen. Het verzoek tot benoeming van een deskundige werd afgewezen en het hoger beroep werd ongegrond verklaard, waarmee de weigering van de Wajong-uitkering in stand bleef.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering omdat het ontbreken van arbeidsvermogen niet duurzaam was.