Uitspraak
SAMENVATTING
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Het oordeel van de Raad
.
. [9]
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellant verzocht om bijzondere bijstand voor de kosten van een postmasteropleiding en griffierecht, maar deze aanvragen werden afgewezen door het college van burgemeester en wethouders van Heerenveen. De rechtbank Noord-Nederland verklaarde het beroep tegen het bestreden besluit niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van belang, omdat de kosten waarvoor bijzondere bijstand werd gevraagd zich niet meer voordeden.
Appellant stelde dat hij schade had geleden en een dwangsom misliep, maar kon dit niet concreet maken. De Raad oordeelde dat het ontbreken van concreet bewijs van schade het procesbelang ontbrak. Tevens werd vastgesteld dat de redelijke termijn van de procedure met ruim twee jaar werd overschreden.
De Raad sloot zich aan bij de rechtspraak van de Hoge Raad dat bij een zeer gering financieel belang (minder dan € 1.000) en een overschrijding van meer dan twaalf maanden een belangenafweging moet plaatsvinden. Na afweging concludeerde de Raad dat volstaan kon worden met de constatering van overschrijding, mede omdat appellant alleen doorprocedeerde om een dwangsom te verkrijgen. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn is afgewezen.