ECLI:NL:CRVB:2025:1650
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting op AOW-pensioen wegens schuldige nalatigheid en verblijf in Zwitserland
Appellant vroeg op 7 april 2022 een AOW-pensioen aan. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) kende hem vanaf augustus 2022 een pensioen toe van 84%, later verhoogd naar 86% van het maximale pensioen, met een korting van 12% wegens schuldige nalatigheid in premiebetaling over zes jaren en 2% wegens een jaar niet-verzekerd verblijf in Zwitserland.
Appellant maakte bezwaar tegen deze kortingen, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde de korting. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij niet op de hoogte was van de nalatigheid en dat hij in Zwitserland wel premies had betaald via een split-payroll regeling.
De Raad oordeelde dat de besluiten van de Svb over schuldige nalatigheid rechtsgeldig zijn vastgesteld en dat appellant geen bezwaar had gemaakt, waardoor deze vaststaan. Ook het verblijf en werken in Zwitserland leidde tot niet-verzekerd zijn voor de AOW, ondanks de stelling van appellant over premiebetaling in Nederland. De Raad bevestigde daarom de korting van 14% en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de korting van 14% op het AOW-pensioen en wijst het hoger beroep af.