ECLI:NL:CRVB:2025:1651
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting bijzonder militair nabestaandenpensioen na geregistreerd partnerschap
Appellante was weduwe van een militair en ontving een bijzonder militair nabestaandenpensioen (BMNP). Na het aangaan van een geregistreerd partnerschap in april 2022 stelde de staatssecretaris het BMNP met ingang van mei 2022 blijvend lager vast, met een korting vanwege het recht op een algemeen ouderdomspensioen voor gehuwden.
Appellante maakte bezwaar tegen deze korting, maar dit werd door de staatssecretaris ongegrond verklaard. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit eveneens ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het onderscheid tussen gehuwden en geregistreerde partners geen ongerechtvaardigd onderscheid vormt en het besluit niet onevenredig is.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat het onderscheid in het pensioenstelsel het recht op gezinsleven schaadt en dat maatschappelijke ontwikkelingen dit onderscheid achterhaald maken. De Raad volgde deze argumenten niet en oordeelde dat het Besluit bijzondere militaire pensioenen geen inbreuk maakt op het gezinsleven en appellante haar relatievorm vrij heeft gekozen.
De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en liet de korting op het BMNP in stand. Appellante kreeg geen proceskostenvergoeding. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 6 november 2025.
Uitkomst: De korting op het bijzonder militair nabestaandenpensioen na het aangaan van een geregistreerd partnerschap blijft in stand.