Uitspraak
SAMENVATTING
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
contra legem’-toepassing van die rechtsbeginselen en ander ongeschreven recht genoemd. [2]
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant diende op 12 oktober 2023 een aanvraag om bijstand in als alleenstaande, met een opgegeven woonadres waar hij een kamer huurt. Het college weigerde de aanvraag omdat uit onderzoek bleek dat het zwaartepunt van zijn persoonlijk leven bij zijn ex-partner ligt, met wie hij samen een gezamenlijke huishouding voert vanwege hun kinderen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad stelde vast dat appellant weliswaar op het opgegeven adres slaapt, maar overdag vrijwel altijd bij zijn ex-partner verblijft, daar maaltijden gebruikt, zijn kleding laat wassen, administratie doet en spullen bewaart. Ook heeft hij geen sleutel van het opgegeven adres, maar wel van het huis van zijn ex-partner.
De Raad oordeelde dat het aantal nachten slapen niet doorslaggevend is voor het hoofdverblijf en dat het zwaartepunt van het persoonlijk leven bepalend is. Het onweerlegbaar rechtsvermoeden van gezamenlijke huishouding is van toepassing omdat er kinderen uit de relatie zijn geboren. Het beroep op het evenredigheidsbeginsel faalde omdat de wet dwingend is en geen bijzondere omstandigheden zijn aangevoerd die een afwijking rechtvaardigen.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en handhaafde de afwijzing van de bijstandsaanvraag. Appellant kreeg geen proceskostenvergoeding. De beslissing werd op 28 oktober 2025 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag om bijstand wordt bevestigd omdat appellant een gezamenlijke huishouding voert met zijn ex-partner.