ECLI:NL:CRVB:2025:1679
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Ziektewet-uitkering en afwijzing schadevergoeding redelijke termijn
Appellant werkte vanaf oktober 2020 en meldde zich ziek per mei 2021 wegens psychische klachten. Het UWV weigerde een Ziektewet-uitkering per 15 september 2021 omdat appellant niet arbeidsongeschikt werd geacht. Appellant maakte bezwaar en beroep, waarbij medische rapporten van verzekeringsartsen en psychologisch onderzoek werden betrokken.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens procedurele tekortkomingen, maar liet de rechtsgevolgen in stand. De Raad beoordeelde het hoger beroep en concludeerde dat het UWV terecht oordeelde dat appellant niet arbeidsongeschikt was op de datum in geschil. Het psychologisch rapport betrof klachten na arrestatie, niet de situatie op 15 september 2021.
Voorts oordeelde de Raad dat de redelijke termijn voor de procedure niet was overschreden, omdat de termijn aanving bij het bezwaarschrift van 9 maart 2023 en de uitspraak van de rechtbank op 7 juni 2024 binnen twee jaar viel. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, waarmee de weigering van de ZW-uitkering en de afwijzing van schadevergoeding gehandhaafd blijven.
Uitkomst: De weigering van de Ziektewet-uitkering per 15 september 2021 wordt bevestigd en het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen.