ECLI:NL:CRVB:2025:1731
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag individuele inkomenstoeslag wegens overschrijding inkomensgrens
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een individuele inkomenstoeslag op grond van de Participatiewet, welke door het college van burgemeester en wethouders van Venlo is afgewezen omdat appellant niet voldeed aan de voorwaarde van een langdurig laag inkomen. In de referteperiode van drie jaar voorafgaand aan de peildatum had appellant in oktober 2020 een inkomen dat hoger was dan 102% van de toepasselijke bijstandsnorm, door een bedrag van €163,- uit marktplaatsverkoop.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond en liet het besluit in stand. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het college de hardheidsclausule had moeten toepassen vanwege de marginale overschrijding van de inkomensgrens in slechts één maand en het feit dat hij het bedrag moest terugbetalen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de overschrijding niet marginaal was, maar substantieel, en dat het feit dat appellant gedurende het grootste deel van de referteperiode wel een laag inkomen had, onvoldoende is om te spreken van een onbillijke of onredelijke situatie. De hardheidsclausule is daarom niet van toepassing. De afwijzing blijft in stand en appellant krijgt geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag om een individuele inkomenstoeslag wordt bevestigd wegens overschrijding van de inkomensgrens in één maand.