ECLI:NL:CRVB:2025:1798
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens ernstig plichtsverzuim door delen politie-informatie en drugsgebruik
Appellant, werkzaam als hoofdagent bij de politie, werd ontslagen wegens ernstig plichtsverzuim, waaronder het herhaaldelijk delen van vertrouwelijke politie-informatie met zijn toenmalige vriendin en het gebruik van drugs in 2020. Na een disciplinair onderzoek en een bezwaarprocedure handhaafde de korpschef het ontslagbesluit.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, oordeelde dat appellant de gedragingen had begaan en dat deze plichtsverzuim opleverden die het ontslag rechtvaardigden. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de normen onduidelijk waren, dat het delen van informatie binnen bepaalde grenzen was toegestaan en dat het bewijs van drugsgebruik onvoldoende was.
De Centrale Raad van Beroep verwierp deze gronden, bevestigde dat de gedragingen plichtsverzuim vormden en dat het ontslag terecht was opgelegd. Het verzoek om een getuige te horen werd afgewezen omdat dit geen nieuwe inzichten zou opleveren. De subsidiaire ontslaggrond wegens ongeschiktheid werd niet inhoudelijk beoordeeld omdat het plichtsverzuim voldoende was voor ontslag.
Uitkomst: Het ontslag van appellant wegens ernstig plichtsverzuim wordt bevestigd en het hoger beroep wordt afgewezen.