ECLI:NL:CRVB:2025:1817
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging inhouding AOW-uitkering wegens derdenbeslag ondanks bezwaar appellant
Appellant ontvangt een AOW-uitkering waarop een derdenbeslag is gelegd door een incassobureau namens de gemeente Cranendonck vanwege een openstaande onroerendezaakbelasting. De Sociale verzekeringsbank (Svb) heeft vervolgens een bedrag van €472,26 ingehouden op de AOW-uitkering van appellant. Appellant betwist deze inhouding en stelt dat de gemeente te veel belasting heeft geheven en dat het incassobureau niet bevoegd was tot beslaglegging.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat de Svb binnen de grenzen van het beslag is gebleven en dat de bestuursrechter de geldigheid van het beslag niet mag toetsen. Appellant ging in hoger beroep tegen deze uitspraak en verzocht tevens om uitstel van de zitting, hetgeen werd afgewezen vanwege onvoldoende onderbouwing en het niet reageren op alternatieve zittingsmogelijkheden.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt het oordeel van de rechtbank. De Raad stelt dat de Svb verplicht is medewerking te verlenen aan het derdenbeslag zonder de rechtmatigheid ervan te beoordelen. De civiele rechter is bevoegd om de geldigheid van het beslag te toetsen. Ook oordeelt de Raad dat de rechtbank het uitstelverzoek terecht heeft afgewezen en dat een eventuele termijnoverschrijding de uitspraak niet nietig maakt.
Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot inhouding van het bedrag op de AOW-uitkering blijft in stand. Appellant krijgt geen vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot inhouding van €472,26 op de AOW-uitkering van appellant wegens derdenbeslag.