ECLI:NL:CRVB:2025:1819
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering maatwerkvoorziening tweede toilet wegens ongeschikte woning zonder toestemming
Appellante, een alleenstaande moeder met lichamelijke klachten en een zoon met een cognitieve beperking, verhuisde zonder schriftelijke toestemming van het college naar een eengezinswoning die niet geschikt was voor haar beperkingen. Zij vroeg vervolgens een maatwerkvoorziening aan voor een tweede toilet op de eerste etage van deze woning, welke door het college werd afgewezen op grond van de Verordening maatschappelijke ondersteuning 2021 gemeente Oosterhout.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond, stellende dat appellante niet had aangetoond dat zij niet kon verhuizen naar een meer geschikte woning en dat zij geen toestemming had gevraagd voor de verhuizing. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het college ten onrechte had geweigerd, maar de Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank.
De Raad stelde dat appellante niet voldeed aan haar bewijslast om aan te tonen dat er geen geschikte woning beschikbaar was ten tijde van haar verhuizing. De door haar overgelegde stukken, waaronder een verzoek om urgentie bij WonenBreburg, waren onvoldoende. Daarom was het college terecht geweigerd de maatwerkvoorziening toe te kennen. Het hoger beroep werd afgewezen en appellante kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de maatwerkvoorziening omdat appellante zonder toestemming naar een ongeschikte woning verhuisde en niet aannemelijk maakte dat geen geschikte woning beschikbaar was.