Appellanten ontvingen bijstand waarbij de kostendelersnorm werd toegepast. In mei 2022 besloot het dagelijks bestuur de kostendelersnorm vanaf 1 mei 2022 tijdelijk niet toe te passen op de bijstand van appellanten, vastgelegd in een rapport van 30 mei 2022. Deze beslissing werd pas in februari 2023 schriftelijk aan appellanten bekendgemaakt. Appellanten dienden op 16 februari 2023 een bezwaarschrift in tegen een brief van januari 2023, waarin werd meegedeeld dat de kostendelersnorm niet meer werd toegepast.
Het dagelijks bestuur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat de brief geen besluit zou zijn en het bezwaar tegen het besluit van mei 2022 te laat was ingediend. De rechtbank bevestigde dit oordeel. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat het rapport van 30 mei 2022 wel als een besluit moet worden aangemerkt en dat de bezwaartermijn pas begon te lopen bij de schriftelijke bekendmaking in februari 2023.
Omdat het bezwaarschrift van 16 februari 2023 vóór het begin van de bezwaartermijn is ingediend, is het bezwaar ontvankelijk. De Raad vernietigt het bestreden besluit en draagt het dagelijks bestuur op een nieuwe beslissing te nemen, waarbij alleen beroep bij de Raad mogelijk is. Tevens worden appellanten in de proceskosten en griffierechten tegemoetgekomen.