ECLI:NL:CRVB:2025:1907
Centrale Raad van Beroep
- Wraking
- E.J.M. Heijs
- J.T.H. Zimmerman
- E.C.E. Marechal
- M.A.H. van Dalen-van Bekkum
- T. Dompeling
- C.W.C.A. Bruggeman
- E.A. Akkerman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om wraking in bestuursrechtelijke procedure
In deze zaak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Nederland. Tijdens de behandeling op 29 september 2025 heeft verzoeker een verzoek tot wraking ingediend tegen de behandelend rechter, M.A.H. van Dalen-van Bekkum, naar aanleiding van haar vraagstelling tijdens de zitting. Verzoeker meende dat de rechter niet onbevooroordeeld was en dat zij hem had veroordeeld zonder rekening te houden met zijn tegenbewijs. De behandelend rechter heeft echter aangegeven niet in de wraking te berusten. Op 30 oktober 2025 vond een zitting plaats waar verzoeker werd gehoord, maar de behandelend rechter maakte geen gebruik van de gelegenheid om zich te verdedigen.
Vervolgens heeft verzoeker op 1 december 2025 een verzoek tot wraking ingediend tegen de wrakingskamer, die op dat moment bestond uit T. Dompeling, C.W.C.A. Bruggeman en E.A. Akkerman. Dit verzoek werd eveneens afgewezen. De Centrale Raad van Beroep heeft in zijn overwegingen uiteengezet dat een wrakingsverzoek alleen kan worden toegewezen als er sprake is van uitzonderlijke omstandigheden die wijzen op vooringenomenheid van de rechter. De Raad concludeert dat de door verzoeker aangevoerde gronden niet voldoende zijn om aan te nemen dat de behandelend rechter vooringenomen was. De Raad wijst het verzoek om wraking af, waarbij hij benadrukt dat de rechter op grond van zijn aanstelling geacht wordt onpartijdig te zijn, tenzij er zwaarwegende aanwijzingen zijn voor het tegendeel.