ECLI:NL:CRVB:2025:1907
Centrale Raad van Beroep
- Wraking
- E.J.M. Heijs
- J.T.H. Zimmerman
- E.C.E. Marechal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om wraking van behandelend rechter in sociaal zekerheidszaak
Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de voorzieningenrechter in een sociaal zekerheidszaak en tegelijkertijd verzocht om een voorlopige voorziening. Tijdens de zitting op 29 september 2025 werd het verzoek om voorlopige voorziening en het hoger beroep behandeld door de behandelend rechter. Verzoeker diende vervolgens een wrakingsverzoek in tegen deze rechter, stellende dat deze niet onbevooroordeeld zou zijn.
De behandelend rechter weigerde het wrakingsverzoek en werd uitgenodigd voor een hoorzitting, waaraan verzoeker wel deelnam maar de rechter niet. Verzoeker richtte daarop een wrakingsverzoek aan de wrakingskamer. Deze kamer, bestaande uit drie rechters, heeft het wrakingsverzoek beoordeeld en afgewezen op 1 december 2025.
De Raad overwoog dat wraking alleen kan worden toegewezen bij uitzonderlijke omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing voor vooringenomenheid vormen en dat de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd moet zijn. De aangevoerde gronden, waaronder vermeende veroordeling zonder oog voor tegenbewijs en het toelaten van stukken door het college in een andere zaak, werden niet als zodanig aangemerkt. Ook de stelling dat de behandelend rechter oordeelde over verzoeken tot doorbreking van het appelverbod werd niet onderbouwd.
De Raad concludeerde dat de behandelend rechter onpartijdig is en wees het wrakingsverzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De beslissing werd uitgesproken op 11 december 2025 door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het verzoek om wraking van de behandelend rechter is afgewezen wegens ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.