ECLI:NL:CRVB:2025:1908
Centrale Raad van Beroep
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om wraking van behandelend rechter in hoger beroep sociale zekerheidszaak
Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland in een zaak tegen het college van burgemeester en wethouders van Groningen. Tijdens de behandeling van het hoger beroep heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen de behandelend rechter, M.A.H. van Dalen-van Bekkum, dat is behandeld door een wrakingskamer.
Verzoeker stelde dat de wrakingskamer systematisch vooringenomen was, onder meer door intimidatie bij de zitting, twijfel over zijn geestelijke gesteldheid en onjuiste behandeling van zijn wrakingsgronden. Ook voerde hij aan dat de wrakingskamer ten onrechte bepaalde feiten buiten beschouwing liet.
De wrakingskamer oordeelde dat de vrees voor vooringenomenheid niet objectief gerechtvaardigd was. De vermeende intimidatie bestond uit een waarschuwing over het verbod op het opnemen van zittingen, wat terecht was. De vragen aan verzoeker waren passend bij een normale zitting en de procedure over gedwongen geestelijke gezondheidszorg stond los van het wrakingsverzoek. Nieuwe gronden die niet gelijktijdig waren ingediend werden buiten beschouwing gelaten.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze beoordeling en wijst het wrakingsverzoek af. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Het verzoek om wraking van de behandelend rechter kan derhalve door de oorspronkelijke wrakingskamer worden behandeld.
Uitkomst: Het verzoek om wraking van de behandelend rechter wordt afgewezen wegens het ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.