ECLI:NL:CRVB:2025:244
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft een WIA-uitkering aangevraagd na ziekmelding met fysieke en psychische klachten, maar het UWV weigerde deze omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. De medische beoordeling, inclusief een Functionele Mogelijkhedenlijst, en de arbeidskundige beoordeling leidden tot de conclusie dat appellant geschikt is voor bepaalde functies.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen adequaat waren vastgesteld. Ook werd geoordeeld dat appellant het vereiste opleidingsniveau en taalvaardigheid bezit om de geselecteerde functies uit te oefenen.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat hij niet over het juiste opleidingsniveau en taalvaardigheid beschikt. De Raad verwierp deze gronden, bevestigde de eerdere oordelen en stelde dat het medisch onderzoek en de arbeidskundige beoordeling zorgvuldig en voldoende gemotiveerd zijn uitgevoerd.
De Raad concludeert dat appellant terecht geen WIA-uitkering is toegekend omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is.