ECLI:NL:CRVB:2025:250
Centrale Raad van Beroep
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Vaststelling arbeidsongeschiktheid en vergoeding redelijke termijn overschrijding
Betrokkene, laatstelijk werkzaam als projectleider, meldde zich in 2016 ziek met diverse medische aandoeningen waaronder diabetes type 1 en hiv. Het UWV stelde in 2018 de arbeidsongeschiktheid vast op 72,61%, later bij bezwaar verhoogd naar 73,97% met aangepaste functies. Betrokkene betwistte deze mate van arbeidsongeschiktheid en stelde dat hij meer beperkingen heeft en de geselecteerde functies niet passend zijn.
De rechtbank oordeelde in eerste aanleg dat het UWV onjuist had gehandeld en stelde een bedrijfsarts aan als deskundige die meer beperkingen constateerde. Het UWV ging in hoger beroep en stelde dat de verzekeringsarts de juiste medische beoordeling geeft. De Centrale Raad benoemde een onafhankelijke verzekeringsarts als deskundige die concludeerde dat de beperkingen passend waren, met enkele aanvullingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML).
De arbeidsdeskundige bevestigde dat de geselecteerde functies passend zijn, rekening houdend met de medische beperkingen en de nabijheid van toiletten. Betrokkene voerde aan dat de beperkingen en onvoorspelbare darmklachten onvoldoende zijn meegenomen, maar dit werd door de Raad niet gevolgd.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond, waarmee de vaststelling van 73,97% arbeidsongeschiktheid gehandhaafd blijft. Tevens werd een schadevergoeding van €3.000 toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn van ruim 30 maanden. Proceskosten werden verdeeld tussen het UWV en de Staat.
Uitkomst: De arbeidsongeschiktheid van betrokkene is terecht vastgesteld op 73,97% en betrokkene ontvangt een schadevergoeding van €3.000 wegens overschrijding van de redelijke termijn.