Uitspraak
SAMENVATTING
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Partijen zullen met betrekking tot door appellant in deze zaak geleden schade in overleg treden”.
Centrale Raad van Beroep
Appellant verzocht om schadevergoeding wegens onrechtmatig handelen van het UWV met betrekking tot een besluit van 30 november 2009 over terugvordering van een Ziektewet-uitkering. Het UWV had eerder een schadevergoedingsverzoek afgewezen en dit besluit had formele rechtskracht gekregen. Appellant stelde dat er sprake was van nieuwe feiten en dat het UWV onterecht niet terugkwam op het eerdere besluit.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat appellant geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd en het verzoek neerkwam op een herhaalde aanvraag. Ook oordeelde de rechtbank dat de bestuursrechter niet bevoegd was om te oordelen over schade die verband hield met het niet nakomen van re-integratieverplichtingen, wat onder de civiele rechter valt.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze beoordeling. De Raad stelde dat het verzoek om schadevergoeding gezien moest worden als een verzoek om terug te komen op het eerdere besluit, waarvoor artikel 4:6 Awb Pro van toepassing is. Appellant bracht onvoldoende nieuwe feiten aan en de afwijzing was niet evident onredelijk of onmiskenbaar onjuist. De Raad volgde appellant niet in zijn stelling dat de bestuursrechter bevoegd was voor schade door niet-nakoming van re-integratieverplichtingen.
Het hoger beroep werd afgewezen en appellant kreeg geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak benadrukt het belang van formele rechtskracht en de strikte toepassing van artikel 4:6 Awb Pro bij herhaalde verzoeken om schadevergoeding.
Uitkomst: Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen en het eerdere besluit van het UWV wordt bevestigd.