ECLI:NL:CRVB:2025:275
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging gedeeltelijke schadevergoeding voor belastingschade door onrechtmatig UWV-besluit
Appellant ontving een WGA-uitkering die in 2012 onjuist werd vastgesteld, waarna een onrechtmatig besluit in 2016 leidde tot een latere nabetaling van uitkeringen over meerdere jaren.
De rechtbank kende appellant een schadevergoeding toe voor fiscale schade die voortvloeit uit het onrechtmatige besluit van 2 september 2016, maar wees vergoeding van schade over 2014 en 2015 af omdat deze schade niet direct uit dat besluit voortkwam.
Appellant stelde in hoger beroep dat ook de schade uit eerdere besluiten vergoed moest worden, en dat de rechtbank het schadebedrag te laag had vastgesteld. De Raad volgde dit niet en oordeelde dat alleen de fiscale schade na het onrechtmatige besluit in 2016 voor vergoeding in aanmerking komt.
De Raad bevestigde dat het UWV niet aansprakelijk is voor schade die voortvloeit uit besluiten van vóór 2016 en dat de rechtbank de schadevergoeding correct heeft berekend en toegewezen.
Het hoger beroep wordt afgewezen en appellant krijgt geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de gedeeltelijke schadevergoeding van de rechtbank wordt bevestigd.