ECLI:NL:CRVB:2025:287
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing NOW-1 subsidies wegens omzetverlies onder 20% en terugvordering voorschotten
Appellantes, drie kinderdagverblijven, vroegen subsidie aan op grond van de NOW-1 regeling vanwege omzetverlies door de coronapandemie. De minister wees de aanvragen af omdat het omzetverlies minder dan 20% bedroeg, waarna de betaalde voorschotten werden teruggevorderd. De rechtbank Amsterdam verklaarde de beroepen ongegrond en oordeelde dat de berekeningswijze van het omzetverlies conform artikel 6 van Pro de NOW-1 regeling correct was en dat er geen ruimte was voor maatwerk.
De rechtbank erkende dat de regeling geen hardheidsclausule kent en dat de minister ruime beleidsvrijheid heeft bij de uitvoering van de NOW-1, waarbij eenvoud en controleerbaarheid voorop staan. Hoewel appellantes financiële nadelen ondervinden, was er geen sprake van een onevenredig nadeel of bijzondere omstandigheden die afwijking rechtvaardigen. De rechtbank stelde vast dat de minister bevoegd was de subsidies lager vast te stellen op grond van artikel 4:46 Awb Pro en dat de belangenafweging niet onevenredig was.
In hoger beroep voerden appellantes aan dat de berekening van het omzetverlies onrechtvaardig was en dat sprake was van strijd met het gelijkheidsbeginsel. De Raad verwierp deze gronden, bevestigde de eerdere uitspraken en oordeelde dat de situatie van appellantes niet vergelijkbaar was met eerdere zaken. De Raad concludeerde dat de afwijzing van de subsidies en de terugvordering van voorschotten terecht waren en dat appellantes geen proceskostenvergoeding ontvangen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de NOW-1 subsidieaanvragen en de terugvordering van voorschotten wegens omzetverlies onder 20%.