ECLI:NL:CRVB:2025:375
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering ZW-uitkering wegens gefingeerd dienstverband en afwijzing WW-uitkering
Appellant ontving vanaf 30 maart 2020 een ZW-uitkering, welke door het Uwv werd ingetrokken en teruggevorderd na onderzoek waaruit bleek dat er geen privaatrechtelijke dienstbetrekking bestond bij [bedrijfsnaam] B.V. Het Uwv wees tevens de aanvraag voor een WW-uitkering af op dezelfde grond.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het Uwv aannemelijk had gemaakt dat sprake was van een gefingeerd dienstverband. Appellant bracht geen objectief en verifieerbaar tegenbewijs in en zijn medische klachten konden de betrouwbaarheid van zijn verklaringen niet aantasten.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunten, waaronder het betwisten van het onderzoek en het aanvoeren van een dringende reden vanwege financiële gevolgen. De Raad concludeerde dat het Uwv adequaat had gehandeld, dat appellant de oorzaak van de intrekking zelf draagt en dat de financiële gevolgen niet voldoende waren onderbouwd om van terugvordering af te zien.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees het hoger beroep af, waarbij appellant geen proceskostenvergoeding ontvangt. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 12 maart 2025.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van de ZW-uitkering en de weigering van de WW-uitkering worden bevestigd.