ECLI:NL:CRVB:2025:387
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verhoging aflossingsbedrag bijstandsschuld na invoering Wvbvv
Appellanten ontvangen bijstand en lossen maandelijks een schuld af bij het college. Na invoering van de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet (Wvbvv) heeft het college het aflossingsbedrag verhoogd van €32,73 naar €85,45 per maand. Appellanten voerden aan dat zij een afspraak hadden dat het bedrag ongewijzigd zou blijven en dat zij op dat bedrag mochten vertrouwen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat appellanten het bestaan van een afspraak niet aannemelijk hebben gemaakt en dat het stilzitten van het college gedurende bijna vijf jaar geen rechtvaardiging vormt voor een beroep op het vertrouwensbeginsel.
De Raad benadrukt dat de wetswijziging ingrijpend is en de wetgever expliciet beoogt dat schulden ook door bijstandsgerechtigden worden afgelost. Daarom mocht appellanten er niet op vertrouwen dat het college zou afzien van verhoging van het aflossingsbedrag. Het college mocht het aflossingsbedrag verhogen conform de Wvbvv, en het hoger beroep wordt verworpen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het verhoogde aflossingsbedrag van €85,45 per maand blijft van kracht.