ECLI:NL:CRVB:2025:481
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning wegens gebruikelijke hulp partner
Appellante, die beperkingen ondervindt bij huishoudelijke taken, vroeg om verlenging van een maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning. Het college wees deze aanvraag af omdat de partner van appellante geacht wordt gebruikelijke hulp te verlenen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en stelde dat het college terecht het besluit handhaafde.
Appellante verhuisde naar een andere gemeente en stelde dat zij procesbelang had omdat zij vanaf april 2021 zelf huishoudelijke hulp heeft ingeschakeld. De Raad bevestigde haar procesbelang maar oordeelde dat het hoger beroep niet slaagt. De Raad onderschreef de overwegingen van de rechtbank dat de partner in staat is gebruikelijke hulp te verlenen en dat het risico op overbelasting een toekomstige, onzekere gebeurtenis is.
Verder wees de Raad het betoog van appellante af dat het advies van JPH consult ten onrechte niet was meegenomen, omdat de medisch adviseur van Argonaut dit rapport wel degelijk had betrokken in zijn beoordeling. De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees de proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: De aanvraag voor verlenging van de maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning wordt afgewezen omdat van de partner gebruikelijke hulp mag worden verwacht.