ECLI:NL:CRVB:2025:503
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid bevestigd
Appellante werkte als managementondersteuner en meldde zich in 2015 ziek met psychische en fysieke klachten. Na een loongerelateerde WGA-uitkering werd zij volledig arbeidsongeschikt geacht. Bij herbeoordeling in 2022 stelde het UWV vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en beëindigde de WIA-uitkering.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellante ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen passend waren bij haar klachten. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het onderzoek onvoldoende was, haar beperkingen werden onderschat en dat zij niet in staat was de geselecteerde functies uit te oefenen.
De Raad overwoog dat het medisch onderzoek zorgvuldig was, dat de medische en arbeidskundige beoordelingen juist waren en dat de nieuwe diagnoses pas na de datum in geding waren vastgesteld. De Raad bevestigde de rechtbankuitspraak en handhaafde de beëindiging van de WIA-uitkering per 23 september 2022.
Uitkomst: De beëindiging van de WIA-uitkering per 23 september 2022 wordt bevestigd.