ECLI:NL:CRVB:2025:552
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging en terugvordering AOW-pensioen wegens ontbreken duurzaam gescheiden leven
Appellante ontving vanaf 2009 een AOW-pensioen naar de gehuwdennorm en vanaf 2016 een ongehuwdenpensioen. Na onderzoek concludeerde de Sociale verzekeringsbank (Svb) dat appellante en haar echtgenoot niet duurzaam gescheiden leefden vanaf 1 januari 2016. Hierdoor werd het AOW-pensioen verlaagd en teruggevorderd, en de AIO-aanvulling ingetrokken.
Appellante maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar de Svb handhaafde deels de verlaging en terugvordering. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de besluiten. In hoger beroep stelde appellante dat zij wel duurzaam gescheiden leefde en dat de kostenvergoeding te laag was vastgesteld.
De Raad oordeelde dat duurzaam gescheiden leven niet was aangetoond, mede vanwege financiële verstrengeling, onderlinge zorg en gezamenlijke presentatie naar buiten. De verklaring van appellante werd als betrouwbaar beoordeeld. Ook de kostenvergoeding werd als terecht beoordeeld. Het hoger beroep werd verworpen, de verlaging, terugvordering en kostenvergoeding bleven in stand.
Uitkomst: De verlaging en terugvordering van het AOW-pensioen en de kostenvergoeding worden bevestigd omdat geen duurzaam gescheiden leven is vastgesteld.