ECLI:NL:CRVB:2025:572
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling belangenafweging terugvordering algemene heffingskorting door college Rotterdam
Appellant ontvangt sinds 2000 een WAO-uitkering en bijstand. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam herzag en vorderde bijstand terug wegens niet gemelde inkomsten uit pensioen en algemene heffingskorting. De rechtbank vernietigde deels het besluit over de terugvordering van algemene heffingskorting en oordeelde dat het college een belangenafweging moest maken.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en gaf het college opdracht een nieuwe beslissing te nemen met een belangenafweging over de terugvordering. Het college beperkte de terugvordering van pensioeninkomsten en handhaafde de terugvordering van algemene heffingskorting na een belangenafweging, waarbij rekening werd gehouden met de financiële situatie van appellant en zijn betalingsvoorstel.
Appellant voerde aan dat het college eerder had moeten ingrijpen en dat de terugvordering onevenredig was gezien zijn financiële situatie. De Raad oordeelt dat appellant zijn inlichtingenverplichting heeft geschonden en dat het college geen onevenwichtige belangenafweging heeft gemaakt. De terugvordering blijft in stand en het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van de algemene heffingskorting blijft in stand.