ECLI:NL:CRVB:2025:606
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening WAO-dagloon en vervolguitkering per 1 mei 2008
Appellant, voormalig trambestuurder, betwist de berekening van zijn WAO-dagloon en de toekenning van een vervolguitkering in plaats van een loondervingsuitkering per 1 mei 2008. Hij stelt dat het UWV het dagloon onjuist heeft vastgesteld en dat hij daardoor te weinig uitkering ontvangt.
Het UWV heeft het dagloon vastgesteld op basis van het bruto maandsalaris van appellant, inclusief indexeringen, en heeft de vervolguitkering toegekend conform de geldende regelgeving. Eerdere bezwaarprocedures en een uitspraak van de Raad in 2014 bevestigden deze berekeningen en besluiten.
Appellant verzocht in 2022 om herziening van deze besluiten, maar het UWV wees dit af omdat geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren aangevoerd. De rechtbank bevestigde deze afwijzing en liet nieuwe stukken van appellant buiten beschouwing wegens te late indiening.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV zorgvuldig en deugdelijk heeft gemotiveerd dat geen aanleiding bestaat tot herziening. De inhouding van vakantiegeld en de toegepaste indexeringen zijn correct. Het hoger beroep wordt afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering tot herziening van het WAO-dagloon en de vervolguitkering per 1 mei 2008 wordt bevestigd.