ECLI:NL:CRVB:2025:621
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D. Hardonk-Prins
- J.J. Janssen
- B. Serno
- Rechtspraak.nl
Bevestiging wijziging pgb-verlening wegens overschrijding zorguren
Appellant ontving een persoonsgebonden budget (pgb) op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz) en kocht zorg in bij een zorgverlener, zijn tante, die meer dan 40 uur per week werkzaamheden verrichtte. Het zorgkantoor stelde vast dat appellant niet voldeed aan de verplichtingen die verbonden zijn aan het pgb, waaronder het verbod dat een zorgverlener, op wie het Arbeidstijdenbesluit niet van toepassing is, niet meer dan 40 uur per week mag werken.
Na een signaal van mogelijk oneigenlijk gebruik en een huisbezoek in januari 2021, wees het zorgkantoor appellant op de overtredingen en stelde het een maximum van 40 uur per week in. Ondanks meerdere verzoeken en herstelmogelijkheden bleef appellant de zorgverlener meer uren laten declareren en werd een zorgovereenkomst gesloten waarin meer dan 40 uur per week werd vermeld. Het zorgkantoor schortte daarom de betalingen op en wijzigde de pgb-verlening met terugwerkende kracht tot 1 mei 2021.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad oordeelde dat het zorgkantoor bevoegd was en terecht gebruik heeft gemaakt van zijn bevoegdheid tot wijziging van de pgb-verlening. De belangenafweging was zorgvuldig en leidde niet tot een onevenredige uitkomst. Appellant kreeg geen vergoeding van proceskosten.
De uitspraak benadrukt dat het pgb niet kan worden gebruikt voor zorg die structureel meer dan 40 uur per week door een zorgverlener wordt geleverd, en dat het zorgkantoor bevoegd is om bij overtreding de verlening te wijzigen of in te trekken. De Raad wees ook het beroep op permanente zorg of toezicht af, omdat dit niet binnen het pgb kan worden gefinancierd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de wijziging van de pgb-verlening wegens niet-naleving van de 40-urennorm door de zorgverlener.