ECLI:NL:CRVB:2025:681
Centrale Raad van Beroep
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering wegens verdiencapaciteit boven 65% terecht
Appellant werkte als verkoopmedewerker en meldde zich ziek met maagklachten, waarna het UWV hem een Ziektewet-uitkering toekende. Na een verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek stelde het UWV vast dat appellant meer dan 65% van zijn laatstverdiende loon kan verdienen en beëindigde de uitkering per 13 maart 2023.
Appellant maakte bezwaar en beroep tegen dit besluit, stellende dat zijn beperkingen onderschat waren en hij niet geschikt was voor de geselecteerde functies. Hij vroeg ook om benoeming van een onafhankelijke deskundige op grond van het Korošec-arrest. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad oordeelt dat het onderzoek zorgvuldig was, appellant voldoende gelegenheid had om zijn standpunten te onderbouwen en dat de medische en arbeidskundige conclusies juist zijn. De Raad wijst het beroep af, bevestigt de beëindiging van de ZW-uitkering en wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de beëindiging van de ZW-uitkering terecht is en wijst het hoger beroep af.