ECLI:NL:CRVB:2025:694
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- S. Wijna
- S.B. Smit-Colenbrander
- J.P. Loof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging lagere vaststelling NOW-2 subsidie wegens ontslagaanvraag zonder tijdige intrekking
Appellante diende een aanvraag in voor de NOW-2 subsidie voor de periode juni tot en met september 2020. De minister verleende een voorschot, maar stelde de definitieve subsidie lager vast nadat appellante een ontslagaanvraag voor twee werknemers had ingediend en deze niet binnen vijf werkdagen had ingetrokken. Hierdoor werd de subsidie verlaagd en het te veel betaalde voorschot teruggevorderd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat de minister terecht de subsidie had verlaagd op grond van artikel 8, negende lid, van de NOW-2 en artikel 4:46 Awb Pro. Appellante stelde dat zij had voldaan aan haar verplichtingen door een werknemer tien maanden na ontslag opnieuw in dienst te nemen, wat volgens haar baanbehoud betekende. De rechtbank verwierp dit standpunt, omdat de arbeidsovereenkomst tussentijds was beëindigd en de werknemer niet binnen de subsidieperiode was herplaatst.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunt, verwijzend naar een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland. De Raad volgde de rechtbank en oordeelde dat de situatie van appellante niet overeenkomt met bijzondere gevallen waarin de subsidie niet wordt verlaagd. De Raad bevestigde het besluit tot lagere vaststelling van de subsidie en de terugvordering van het voorschot. Appellante kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De lagere vaststelling van de NOW-2 subsidie op €4.452,- wordt bevestigd wegens niet tijdige intrekking van de ontslagaanvraag.