ECLI:NL:RBNNE:2022:2417
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit NOW-1 wegens ontbreken belangenafweging bij subsidieaftrek ontslagaanvraag
Eiseres ontving een definitieve tegemoetkoming op grond van de NOW-1. De minister verlaagde deze subsidie omdat eiseres tussen 17 maart en 1 juni 2020 een ontslagaanvraag wegens bedrijfseconomische redenen had ingediend voor een werkneemster en deze niet binnen vijf dagen had ingetrokken. Eiseres voerde aan dat zij slechts deel A van de ontslagaanvraag had ingediend, maar de rechtbank oordeelde dat dit toch een ontslagaanvraag is.
De rechtbank stelde vast dat de minister op grond van artikel 7, vijfde lid, van de NOW-1 bevoegd was de subsidie te verlagen, maar dat het besluit een motiveringsgebrek vertoonde doordat geen belangenafweging was gemaakt zoals vereist op grond van artikel 3:4 Awb Pro. De minister hanteerde een interne richtlijn waarbij korting achterwege kan blijven als de werknemer in dienst blijft en loon wordt doorbetaald, maar paste deze niet toe omdat de arbeidsovereenkomst buiten de subsidieperiode wegens een andere reden werd beëindigd.
De rechtbank oordeelde dat de minister ook in deze situatie de interne richtlijn had moeten toepassen en de korting had moeten achterwege laten. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit, stelde zelf de subsidie vast op het hogere bedrag zonder korting en veroordeelde de minister in de proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en stelt de subsidie zonder korting vast op € 10.048,-.