ECLI:NL:CRVB:2025:697
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na beoordeling arbeidsgeschiktheid bij MS
Appellant, arbeidsongeschikt door Multiple Sclerose, ontving een ZW-uitkering die het UWV per 25 december 2020 beëindigde omdat hij volgens onderzoek geschikt werd geacht voor vier functies waarmee hij meer dan 65% van zijn oude loon kan verdienen.
Na bezwaar en beroep bij de rechtbank, waarbij motiveringsgebreken in de medische rapportage werden vastgesteld, gaf het UWV aanvullende rapporten. De rechtbank vernietigde het bezwaarbesluit en gaf het UWV opdracht tot een nieuwe beslissing. Het nieuwe besluit handhaafde de beëindiging van de uitkering.
De rechtbank en vervolgens de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat het UWV zorgvuldig en objectief heeft gehandeld, de medische beperkingen adequaat heeft vertaald in de Functionele Mogelijkhedenlijst, en dat de geselecteerde functies passend zijn. Appellants argumenten over cognitieve beperkingen en urenbeperking werden onvoldoende onderbouwd geacht.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond, waardoor de beëindiging van de ZW-uitkering in stand blijft.
Uitkomst: De beëindiging van de ZW-uitkering van appellant blijft in stand omdat hij geschikt is voor passende functies en meer dan 65% van zijn oude loon kan verdienen.