ECLI:NL:CRVB:2025:810
Centrale Raad van Beroep
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft een WIA-uitkering aangevraagd met ingang van 9 november 2009 vanwege arbeidsongeschiktheid door hartklachten. Het UWV heeft deze geweigerd omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is, gebaseerd op medische en arbeidskundige beoordelingen. Appellante voerde aan dat zij meer beperkingen had, onder meer psychische klachten en een toename van beperkingen in 2014, maar kon dit niet met objectiveerbare medische stukken aantonen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het UWV de weigering terecht handhaafde. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De Raad benadrukt dat bij een late aanvraag het risico dat de medische situatie niet goed kan worden vastgesteld voor rekening van de aanvrager blijft. De medische beoordeling is zorgvuldig en sluit een hogere mate van arbeidsongeschiktheid uit.
Ook de arbeidskundige beoordeling is correct uitgevoerd en de geselecteerde functies zijn passend bij de vastgestelde beperkingen. Het verzoek om schadevergoeding wegens niet tijdige uitkering wordt afgewezen. Appellante krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht omdat het hoger beroep niet slaagt.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.