ECLI:NL:CRVB:2025:862
Centrale Raad van Beroep
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van procesbelang na herroeping bestuursbesluiten
Appellant ontving een uitkering op grond van de Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemer (IOAW). Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag legde op 3 en 28 juni 2021 maatregelen op, waardoor appellant in juni 2021 30% minder en in augustus 2021 100% minder IOAW ontving. Deze maatregelen werden opgelegd omdat appellant de telefoon niet beantwoordde en daardoor niet meewerkte aan een onderzoek naar arbeidsinschakelingsmogelijkheden.
De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van appellant gegrond, herroepen de besluiten van juni 2021 en bepaalde dat het college het betaalde griffierecht vergoedt. De rechtbank oordeelde dat er geen juridische grondslag was voor de maatregelen en dat de vraag of appellant verwijtbaar handelde niet hoefde te worden besproken.
Appellant stelde in hoger beroep dat hij ziek was en machteloos stond tegenover het college dat hem anoniem belde. Hij eiste schadevergoeding en terugbetaling van het griffierecht. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat appellant geen procesbelang had bij het hoger beroep omdat de rechtbank de besluiten al had herroepen, waardoor een beoordeling in hoger beroep geen feitelijke betekenis meer kon hebben.
Ook het argument van appellant over de anonieme telefoontjes deed niet af aan het rechtsgevolg van de rechtbankuitspraak. Daarnaast was niet aannemelijk dat appellant schade had geleden, mede omdat hij een nabetaling ontving na de rechtbankuitspraak. Het hoger beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard en appellant kreeg het betaalde griffierecht niet terug.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang na herroeping van de bestreden besluiten.