ECLI:NL:CRVB:2014:4265
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- E.E.V. Lenos
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens ontbreken van procesbelang bij kinderbijslag
De zaak betreft een hoger beroep van de Sociale verzekeringsbank (Svb) tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland over het recht op kinderbijslag voor het jaar 2007. De Svb had aanvankelijk besloten dat betrokkene niet meer in Nederland woonde en daardoor geen recht had op kinderbijslag. Na cassatie door de Hoge Raad werd het besluit ingetrokken en werd alsnog kinderbijslag toegekend inclusief wettelijke rente en proceskosten.
Betrokkene was het eens met het besluit van 4 mei 2012 waarin het recht op kinderbijslag werd toegekend, maar stelde dat de wettelijke rente niet was toegekend. De rechtbank vernietigde de besluiten van 4 en 29 mei 2012 omdat de rente apart was toegekend, wat in strijd was met de Algemene wet bestuursrecht. De Svb stelde in hoger beroep dat de rente een primair besluit is en niet in het besluit op bezwaar hoeft te worden meegenomen.
De Raad beoordeelde ambtshalve of er voldoende procesbelang was. Omdat de achterstallige kinderbijslag en rente reeds waren betaald en er geen verschil van mening meer bestond over de bedragen, was er geen belang meer bij het hoger beroep. Een louter organisatorisch belang voor toekomstige gevallen werd niet als voldoende procesbelang aangemerkt. Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.
De Raad wees tevens op eerdere jurisprudentie over de wijze van besluitvorming omtrent wettelijke rente en besloot appellant niet te veroordelen in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.