ECLI:NL:CRVB:2025:964
Centrale Raad van Beroep
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling tarief persoonsgebonden budget voor nieuwe instromer in de Wlz
Appellant, met een somatische aandoening en psychiatrische stoornis, was vanaf 2011 geïndiceerd voor zorg via de AWBZ en ontving een persoonsgebonden budget (pgb). Na de overgang van de AWBZ naar de Wmo 2015 en later de Wlz, vroeg appellant een pgb aan onder de Wlz met een zorgovereenkomst tegen een uurtarief van €47,-.
Het zorgkantoor stelde echter dat appellant als nieuwe instromer in de Wlz het niet-professionele tarief van €21,14 per uur moet hanteren, omdat hij niet onafgebroken een pgb op grond van de AWBZ of Wlz heeft ontvangen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat er geen sprake is van ongelijke behandeling of schending van mensenrechten.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat materieel sprake was van onafgebroken pgb, dat sprake was van inmenging in eigendomsrechten en ongelijke behandeling. De Raad volgde deze argumenten niet en bevestigde het oordeel van de rechtbank. Tevens wees de Raad het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af, omdat de procedure binnen de termijn was gebleven.
Uitkomst: Appellant moet het niet-professionele tarief van €21,14 hanteren en het hoger beroep wordt afgewezen.