Uitspraak
SAMENVATTING
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellant had bezwaar gemaakt tegen diverse besluiten van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap omtrent studiefinanciering en aanvullende beurs. De minister had tijdig binnen de wettelijke termijnen beslist, waardoor het verzoek om dwangsommen wegens niet tijdig beslissen werd afgewezen.
De rechtbank had het beroep tegen enkele besluiten gegrond verklaard en andere ongegrond, waarbij ook een veroordeling tot vergoeding van griffierecht werd uitgesproken. Appellant stelde in hoger beroep dat de minister onterecht niet tijdig had beslist en dat er sprake was van schending van het zorgvuldigheids- en rechtszekerheidsbeginsel, alsmede dat de rechtbank in strijd met de Awb had gehandeld.
De Raad oordeelde dat het niet tijdig beslissen niet aannemelijk was, dat het niet tijdig betalen van griffierecht niet bestuursrechtelijk afdwingbaar is, en dat appellant onvoldoende had toegelicht waarom de rechtbank in strijd met de Awb zou hebben gehandeld. Tevens werd het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn afgewezen vanwege het geringe financiële belang en beperkte overschrijding.
De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af, inclusief het verzoek om vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat de minister tijdig heeft beslist en wijst het verzoek om dwangsommen en schadevergoeding af.