ECLI:NL:CRVB:2026:269
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugwerkende kracht bijzondere bijstand voor bewindvoeringskosten
Appellante vroeg bijzondere bijstand voor bewindvoeringskosten met terugwerkende kracht vanaf 27 juli 2020. Het college kende bijstand toe vanaf 1 november 2021, maar wees eerdere perioden af wegens het ontbreken van bijzondere omstandigheden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en liet het besluit in stand. Appellante stelde dat zij pas na een uitspraak van de Raad in 2022 wist dat zij recht had op bijstand en dat dit bijzondere omstandigheden vormden voor een eerdere ingangsdatum.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellante al vóór 15 november 2022 een aanvraag had kunnen doen en dat het feit dat zij die aanvraag eerder niet kansrijk achtte vanwege onduidelijkheid over de Groningse Kredietbank als voorliggende voorziening, geen bijzondere omstandigheden oplevert. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van bijzondere bijstand met terugwerkende kracht vóór 1 november 2021 blijft in stand.