ECLI:NL:CRVB:2021:2172
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toepassing kostendelersnorm en ingangsdatum bijstand zonder bijzondere omstandigheden
Appellant vroeg bijstand aan en stelde dat de ingangsdatum van de bijstand eerder had moeten zijn dan 15 januari 2019, en dat de kostendelersnorm onjuist was toegepast omdat zijn zus niet meer op hetzelfde adres woonde.
De Raad oordeelde dat bijstand in beginsel niet met terugwerkende kracht wordt toegekend, tenzij bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen. Appellant kon echter niet aannemelijk maken dat hij door het college was afgehouden van het tijdig indienen van een aanvraag. Ondanks onduidelijkheden in het digitale portaal had appellant de verplichting om dagelijks in te loggen, wat hij niet deed.
Verder mocht het college de inschrijving in de Basisregistratie Personen als uitgangspunt nemen voor het aantal medebewoners. Appellant slaagde er niet in aannemelijk te maken dat zijn zus op een ander adres woonde. Daarom werd de kostendelersnorm terecht toegepast op basis van vijf medebewoners.
De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland. Er was geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit dat bijstand wordt toegekend vanaf 15 januari 2019 met toepassing van de kostendelersnorm op basis van vijf medebewoners.