ECLI:NL:CRVB:2026:388
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging 40-urennorm en afwijzing herziening persoonsgebonden budget langdurige zorg
Appellant, geïndiceerd voor zorgprofiel VV6, ontvangt een persoonsgebonden budget (pgb) voor zorg die deels door zijn echtgenote wordt geleverd. Het zorgkantoor handhaafde de dwingendrechtelijke 40-urennorm voor zorgverleners, waardoor de echtgenote niet meer dan 40 uur per week zorg mag verlenen. Appellant verzocht om herziening van het pgb voor 2023 en 2024, onder meer vanwege een medische verslechtering en een aanvraag voor een ander zorgprofiel.
De rechtbank Limburg oordeelde dat het zorgkantoor de 40-urennorm terecht toepaste en dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die een herziening van het pgb rechtvaardigden. Appellant ging in hoger beroep tegen deze uitspraken. De Centrale Raad van Beroep bevestigt het oordeel van de rechtbank en stelt dat de dwingendrechtelijke norm niet leidt tot een onredelijk bezwarende uitkomst in deze zaak.
De Raad benadrukt dat het pgb is gebaseerd op het geïndiceerde zorgprofiel VV6 en dat een pgb voor 24-uurszorg of permanent toezicht niet kan worden verleend zonder een passende indicatie. De medische adviezen en aanvragen voor een ander zorgprofiel zijn onvoldoende om het zorgkantoor te verplichten het pgb te herzien. De hoger beroepen worden afgewezen en de aangevallen uitspraken bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de 40-urennorm en wijst de herzieningsverzoeken van het pgb af.