ECLI:NL:CRVB:2026:42

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
15 januari 2026
Publicatiedatum
16 januari 2026
Zaaknummer
24/2416 WSW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bezwaar tegen categorie-indeling arbeidshandicap niet-ontvankelijk verklaard

In deze zaak is in geschil of de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat appellant, die een herindicatie voor de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) heeft gekregen, niet kan opkomen tegen de indeling in een arbeidshandicapcategorie. De Centrale Raad van Beroep heeft op 15 januari 2026 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 19 september 2024. De Raad oordeelt dat appellant geen inhoudelijk belang heeft bij de indeling, omdat deze betrekking heeft op een periode die al voorbij is. De rechtbank heeft het beroep van appellant terecht ongegrond verklaard. Appellant had bezwaar gemaakt tegen de indeling van zijn arbeidshandicap in de categorie ernstig, maar het Uwv heeft dit bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en stelt dat er geen procesbelang is, aangezien de indeling geen directe gevolgen heeft voor appellant. De Raad concludeert dat het hoger beroep niet slaagt en dat appellant geen vergoeding voor proceskosten ontvangt.

Uitspraak

24/2416 WSW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 19 september 2024, 23/5036 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Datum uitspraak: 15 januari 2026
SAMENVATTING
In geschil is de vraag of de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat appellant, die een herindicatie voor de Wsw heeft gekregen, niet kan opkomen tegen de indeling in een arbeidshandicapcategorie. De Raad is van oordeel dat dit oordeel van de rechtbank juist is.

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. M. Ouwerkerk-Hoogendonk, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 4 december 2025. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Ouwerkerk-Hoogendonk. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.C. Puister.

OVERWEGINGEN

Inleiding

1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.
1.1.
Met een besluit van 12 juli 2018 heeft het Uwv besloten dat appellant tot de doelgroep van de Wsw [1] behoort. Appellant heeft een Wsw-indicatie gekregen met een geldigheidsduur van vijf jaar en de einddatum is daarbij vastgesteld op 12 juli 2023. De arbeidshandicap van appellant is ingedeeld in de categorie ernstig.
1.2.
Appellant is in dienst van [naam Wsw-werkbedrijf] . Dit is een Gemeenschappelijke Regeling, een publiekrechtelijk samenwerkingsverband van de gemeenten Alphen aan den Rijn, Capelle aan den IJssel, Gouda , Krimpen aan den IJssel, Krimpenerwaard, Waddinxveen en Zuidplas. Appellant is bij [naam Wsw-werkbedrijf] werkzaam als [naam functie] .
1.3.
Appellant heeft op 6 mei 2022 een aanvraag herindicatie Wsw ingediend bij het Uwv omdat hij het niet eens is met de indeling van zijn arbeidshandicap in de categorie ernstig. Hij is van mening dat hij ingedeeld dient te worden in de categorie matig.
1.4.
Met een besluit van 30 november 2022 heeft het Uwv bepaald dat appellant een Wsw-indicatie krijgt, met een geldigheidsduur van zeventien jaar, dus met de einddatum 30 november 2039. De arbeidshandicap van appellant is daarbij opnieuw ingedeeld in de categorie ernstig. Tevens is hierbij het advies gegeven dat appellant niet in aanmerking komt voor begeleid werken. Tegen dit besluit heeft appellant bezwaar gemaakt.
1.5.
Met een besluit van 31 mei 2023 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellant kennelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat appellant geen procesbelang heeft. Het Uwv heeft vastgesteld dat appellant geen bezwaar heeft tegen de toekenning van de Wsw-indicatie. Hij heeft alleen bezwaar gemaakt tegen het onderdeel "de categorie van uw arbeidshandicap". De categorieindeling van de arbeidshandicap heeft volgens het Uwv geen directe gevolgen voor appellant; die indeling is alleen van belang voor de hoogte van de subsidie voor de Sociale Werkvoorziening. Omdat geen sprake is van gevolgen voor appellant heeft hij volgens het Uwv geen direct belang bij de categorie-indeling.
1.6.
Op 28 maart 2023 heeft appellant opnieuw een aanvraag herindicatie Wsw ingediend bij het Uwv. Met een besluit van 20 april 2023 heeft het Uwv besloten dat appellant een Wsw-indicatie krijgt met een geldigheidsduur van zestien jaar
,dus tot einddatum 2 mei 2039
.De arbeidshandicap van appellant is daarbij ingedeeld in de categorie ernstig. Bij besluit van 31 mei 2023 is het bezwaar tegen dat besluit niet-ontvankelijk verklaard. Tegen het besluit van 31 mei 2013 heeft appellant geen beroep ingesteld. Dat besluit staat in rechte vast en daarmee ook de categorie-indeling vanaf dat moment.
Uitspraak van de rechtbank
2. Bij de aangevallen uitspraak [2] heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarmee het bestreden besluit in stand gelaten.
Het standpunt van appellant
3. Appellant is het met die uitspraak van de rechtbank niet eens.

Het oordeel van de Raad

4. De Raad beoordeelt of de rechtbank terecht het bestreden besluit, waarbij het Uwv het bezwaar van appellant tegen de indeling van de arbeidshandicap in de categorie ernstig nietontvankelijk heeft verklaard, in stand heeft gelaten. De Raad doet dit aan de hand van wat appellant in hoger beroep heeft aangevoerd, de beroepsgronden. De Raad komt tot het oordeel dat het hoger beroep niet slaagt. De wettelijke regels die voor de beoordeling van het hoger beroep belangrijk zijn, zijn te vinden in de bijlage bij deze uitspraak.
4.1.
De Raad ziet zich allereerst gesteld voor de vraag of appellant voldoende procesbelang heeft bij een inhoudelijke beoordeling. Volgens vaste rechtspraak van de Raad [3] is daarvoor bepalend of het resultaat dat de indiener van een bezwaar- of beroepschrift nastreeft ook daadwerkelijk kan worden bereikt en het realiseren van dat resultaat voor deze indiener feitelijke betekenis kan hebben. Het hebben van een louter formeel of principieel belang is onvoldoende voor het aannemen van (voldoende) procesbelang. Als sprake is van een periode die al verstreken is, blijft procesbelang aanwezig als een inhoudelijk oordeel over het bestreden besluit van belang kan zijn voor een toekomstige periode.
4.2.
In deze zaak gaat het alleen om de categorie-indeling. Gelet op het latere besluit van 20 april 2023 (dat in rechte vast staat) is daarbij slechts nog de periode 30 november 2022 tot 20 april 2023 in geschil. Duidelijk is dat dit een al voorbije periode is, zodat van feitelijke betekenis zoals onder 4.1 is bedoeld geen sprake is.
4.3.
Ook is niet gebleken dat een inhoudelijk oordeel van belang kan zijn voor een toekomstige periode, omdat aan appellant met het onherroepelijke besluit van 20 april 2023 een Wsw-indicatie is verleend, waarbij appellant (opnieuw) is ingedeeld in de arbeidscategorie ernstig. Ook in het geval de Raad tot het oordeel zou komen dat de indeling van de arbeidshandicapcategorie niet juist is, dan kan dit – anders dan appellant stelt – geen gevolgen hebben voor de toekomst.

Conclusie en gevolgen

4.4.
Het hoger beroep slaagt niet. Dat betekent dat de Raad de uitspraak van de rechtbank zal bevestigen.
5. Appellant krijgt geen vergoeding voor zijn proceskosten. Hij krijgt ook het betaalde griffierecht niet terug.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door H. Lagas, in tegenwoordigheid van B.F.C. Wiedenhof als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 15 januari 2026.
(getekend) H. Lagas
(getekend) B.F.C. Wiedenhof

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wettelijke regels

Wet sociale werkvoorziening
Artikel 1
1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
arbeidshandicap: het vanwege lichamelijke, verstandelijke of psychische beperkingen verminderd vermogen om arbeid te verrichten;
arbeidshandicapcategorie: een groep van tot de doelgroep behorende personen, die in dezelfde orde arbeidsgehandicapt is;
(…)
geïndiceerd: blijkens een indicatiebeschikking of herindicatiebeschikking als bedoeld in artikel 11 tot de doelgroep behoren en op de dag voor inwerkingtreding van artikel II, onderdeel A, van de Invoeringswet Participatiewet een dienstbetrekking hebben als bedoeld in artikel 2, eerste lid, of artikel 7;
2. Indien bij een gemeenschappelijke regeling als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen de uitvoering van deze wet volledig is overgedragen aan het bestuur van een openbaar lichaam als bedoeld in artikel 8 van die wet, treedt dat bestuur voor de toepassing van deze wet, met uitzondering van de artikelen 8 en 14, eerste lid, in de plaats van de betrokken colleges.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld voor de bepaling van de doelgroep en de arbeidshandicapcategorieën.
Artikel 11
1. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verricht op aanvraag van het college periodiek herindicatie van geïndiceerden overeenkomstig de krachtens artikel 6, tweede lid, onderdeel a, gestelde regels en stelt daarbij bij beschikking van geïndiceerden vast:
a. of deze behoren tot de doelgroep;
b. nadat is vastgesteld dat een geïndiceerde tot de doelgroep behoort:
1°.de geldigheidsduur van de indicatie;
2°.de indeling van de geïndiceerde in één van de arbeidshandicapcategorieën, die bepaald worden door de zwaarte van de aanpassing van de omstandigheden en de productiviteit.
(…)
5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de bij of krachtens dit artikel aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen opgedragen taak en de wijze van uitoefening daarvan.
(…)
Ter uitvoering van artikel 1, derde lid en artikel 11, vijfde lid, van de Wsw is het Besluit uitvoering sociale werkvoorziening en beleid werken [4] vastgesteld.
Besluit uitvoering sociale werkvoorziening en begeleid werken
Artikel 1
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. de wet: de Wet sociale werkvoorziening;
b. herindicatiebeschikking: de beschikking, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van de wet;
c. sociale werkvoorziening: de arbeidsomgeving waar gewerkt wordt in een dienstbetrekking als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de wet;
d. begeleid werken: de arbeid, bedoeld in hoofdstuk 3 van de wet;
(…)
f. aanpassingen: aanpassingen met behulp waarvan door de geïndiceerde arbeid kan worden verricht, die betrekking hebben op:
(…)
3°. speciale begeleiding bij het werk;
4°. aanpassing van de werktijd;
5°. aanpassing van het werktempo;
(…)
Artikel 4
1. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen deelt de geïndiceerde in de arbeidshandicapcategorie matig of ernstig in, op grond van de noodzakelijke aanpassingen en van het prestatieniveau volgens de bijlage behorend bij dit besluit.
2. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen stelt van de geïndiceerde de geldigheidsduur van de indicatie vast. Deze bedraagt minimaal een en maximaal 50 jaar.
3. De herindicatiebeschikking bevat bij een geïndiceerde tevens:
a. een advies over de eventuele aanpassingen die in eerste aanleg noodzakelijk worden bevonden bij het verrichten van arbeid,
b. een advies of hij in staat is tot begeleid werken.
(…)
Op grond van het in de bijlage behorend bij het Besluit opgenomen beslisschema wordt een aanvrager ingedeeld in de handicapcategorie matig indien het totaal van noodzakelijke aanpassingen te beschouwen is als verstrekkend en de aanvrager in staat wordt geacht onder aangepaste omstandigheden tot het leveren van een prestatie van 50 procent of meer van een normale prestatie. Indien de aanvrager niet in staat wordt geacht onder aangepaste omstandigheden tot het leveren van een prestatie van 50 procent of meer van een normale prestatie wordt een aanvrager ingedeeld in de handicapcategorie ernstig.

Voetnoten

1.Wet sociale werkvoorziening.
4.Besluit van 24 september 2004, Stb. 2004, 491.