ECLI:NL:CRVB:2026:460
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Ziektewet-uitkering na nieuwe ziekmelding en medische beoordeling
Appellante, werkzaam als horecamedewerkster, ontving vanaf 21 februari 2022 een Ziektewet-uitkering. Na een eerstejaars Ziektewet-beoordeling (EZWb) werd haar uitkering per 13 mei 2023 beëindigd omdat zij meer dan 65% van haar loon kon verdienen met andere functies. Appellante meldde zich op 11 januari 2024 met terugwerkende kracht ziek per 13 mei 2023 en vroeg opnieuw een ZW-uitkering aan, die door het UWV werd geweigerd.
De medische beoordeling door een verzekeringsarts en een arbeidsdeskundige concludeerde dat appellante geschikt bleef voor ten minste drie functies met voldoende arbeidsplaatsen, waardoor zij niet ongeschikt was voor 'zijn arbeid' zoals bedoeld in artikel 19 ZW Pro. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel.
Appellante voerde aan dat haar medische situatie tussen 13 mei 2023 en 14 maart 2024 verslechterd was en dat dit had moeten worden meegewogen. De Raad oordeelde echter dat de beoordeling zich richt op de datum van ziekmelding en dat de medische rapporten die datum correct weerspiegelen. De Raad verwierp het beroep en bevestigde de weigering van de ZW-uitkering, waarbij ook het beroep op eerdere jurisprudentie niet slaagde.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Ziektewet-uitkering per 13 mei 2023 omdat appellante geschikt werd geacht voor alternatieve functies.