ECLI:NL:CRVB:2026:464
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering terugkomen op eerdere besluiten Wajong-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellante heeft sinds 2007 meerdere keren verzocht om een Wajong-uitkering, welke steeds zijn geweigerd door het UWV. Zij stelt dat haar medische situatie sinds 2001 is verslechterd en dat zij daarom als jonggehandicapte moet worden aangemerkt. De Raad oordeelt dat de belastbaarheid van appellante in juli 2001 niet kan worden vastgesteld vanwege het ontbreken van feitelijke gegevens.
De rechtbank had eerder geoordeeld dat het verzoek van 2021 moet worden gezien als een verzoek om terug te komen op eerdere besluiten. Na aanvullend medisch onderzoek concludeerde de verzekeringsarts bezwaar en beroep dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn die een herziening rechtvaardigen. De Raad volgt dit oordeel en wijst het beroep van appellante af.
Appellante voerde aan dat het UWV onvoldoende medisch onderzoek heeft gedaan, maar de Raad stelt dat het aan appellante zelf is om nieuwe medische informatie aan te leveren bij een verzoek om terug te komen op eerdere besluiten. De Raad bevestigt dat de weigering van het UWV niet evident onredelijk is en dat de Wajong geen ruimte biedt voor maatwerk buiten de wettelijke criteria. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de eerdere besluiten blijven in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV terecht weigert terug te komen op eerdere besluiten en wijst het hoger beroep af.