ECLI:NL:CRVB:2026:467
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering betaling WW-uitkering wegens te late aanvraag en ontbreken bijzonder geval
Betrokkene, die in 2015 eervol ontslag kreeg wegens overtolligheid bij Defensie, vroeg in 2023 een WW-uitkering aan voor de periode 2015-2018. Het UWV weigerde betaling omdat de aanvraag meer dan 26 weken na de uitkeringsperiode werd ingediend, en er geen sprake was van een bijzonder geval om hiervan af te wijken.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat betrokkene niet aannemelijk had gemaakt dat hij onjuist was geïnformeerd of door medische of sociale omstandigheden niet tijdig kon aanvragen. Appellanten voerden in hoger beroep aan dat betrokkene dacht dat hij oneervol was ontslagen en geen recht had op WW, mede door een lopend veiligheidsonderzoek en sociale problemen.
De Raad oordeelde dat deze argumenten onvoldoende waren onderbouwd en bevestigde dat het UWV terecht geen bijzonder geval aannam. De aanvraag was te laat en de wettelijke regeling laat slechts in uitzonderlijke gevallen afwijking toe, waarvoor appellanten de bewijslast droegen. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en het hoger beroep werd verworpen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van betaling van de WW-uitkering wegens te late aanvraag en ontbreken van een bijzonder geval.