Appellante verhuisde in 1989 met haar gezin naar België en was sindsdien niet verzekerd voor de AOW omdat zij niet in Nederland woonde of werkte. Op haar AOW-pensioen werd een korting van 46% toegepast vanwege 23 niet-verzekerde jaren. Zij verzocht in 2021 om herziening van dit besluit, maar de Sociale Verzekeringsbank (Svb) wees dit af. De rechtbank Amsterdam bevestigde dit besluit, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat appellante terecht niet verzekerd was voor de AOW in de periode 1989 tot 2013, zowel op grond van nationale wetgeving als Europese regelgeving. Appellante had niet gewerkt sinds 1972 en woonde definitief in België, waardoor zij niet onder de Nederlandse AOW-verzekering viel. Haar beroep op schending van het recht op vrij verkeer en indirecte discriminatie werd verworpen, mede omdat de AOW sinds 1985 is geïndividualiseerd.
Verder stelde appellante dat de Svb haar niet had geïnformeerd over de gevolgen van haar verhuizing, maar de Raad vond dat de verantwoordelijkheid hiervoor bij appellante lag. Wel werd een schadevergoeding van €1.000 toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn in de bestuursprocedure. De Raad bevestigde het bestreden besluit en veroordeelde de Svb tot betaling van deze vergoeding en proceskosten van €467.