ECLI:NL:CRVB:2026:533
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- C.F.E. van Olden-Smit
- D.H. Harbers
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor kosten beheer persoonsgebonden budget wegens ontbreken noodzakelijkheid
Appellant, met een verstandelijke beperking, vroeg bijzondere bijstand aan voor de kosten van beheer van zijn persoonsgebonden budget (pgb) over 2023 en 2024. Het college van burgemeester en wethouders van Venlo wees deze aanvragen af omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij was aangewezen op zorg in de vorm van een pgb en dat zorg in natura (ZIN) voor hem niet mogelijk was.
Appellant stelde dat het pgb noodzakelijk was omdat hij zorg ontving via een kleinschalige woonvoorziening die alleen zorg via pgb aanbiedt. Hij overlegde onder meer een CIZ-indicatie uit 2013, een ondersteuningsplan, en verklaringen van pleegouders en bewindvoerder. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en liet de besluiten in stand.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant onvoldoende had onderbouwd dat ZIN niet mogelijk was en dat hij aangewezen was op een pgb. De verklaringen toonden wel een passende woonplek, maar niet dat ZIN niet beschikbaar was. Appellant had ook niet aangetoond welke pogingen hij had gedaan om ZIN te verkrijgen. De Raad bevestigde dat de kosten van beheer van een pgb geen noodzakelijke kosten zijn als de betrokkene had kunnen kiezen voor ZIN.
De Raad wees het verzoek om een deskundige af en bevestigde de eerdere uitspraken. De afwijzingen van bijzondere bijstand blijven daarmee in stand en appellant krijgt geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De afwijzingen van bijzondere bijstand voor de kosten van beheer van het pgb over 2023 en 2024 worden bevestigd omdat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat zorg in natura niet mogelijk is.