Uitspraak
SAMENVATTING
PROCESVERLOOP
mr.drs. Brom verschenen. Het college heeft zich niet laten vertegenwoordigen.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen de rechtbankuitspraak over de hoogte van de immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn en de proceskosten in verband met besluiten over intrekking, beëindiging, terugvordering en brutering van TOZO-bijstand en een boetebesluit.
Het college van burgemeester en wethouders van Arnhem had besluiten genomen over intrekking en terugvordering van bijstand, een boete opgelegd en een brutering toegepast. Na bezwaar werd de boete verlaagd en werden dwangsommen toegekend. Appellant vorderde schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn en proceskosten. De rechtbank kende een totale schadevergoeding van € 2.065,- toe en stelde de proceskosten vast op € 437,50.
Appellant voerde aan dat de boete was ingetrokken en dat de schadevergoeding onjuist was vastgesteld, en dat de proceskosten onterecht als samenhangende zaken waren beoordeeld. De Raad oordeelt dat de boetezaak en de andere zaken in hoofdzaak hetzelfde onderwerp betreffen en dat de toegekende schadevergoeding passend is. Ook is de beoordeling van de proceskosten juist omdat de verzoeken gelijktijdig en met nagenoeg identieke werkzaamheden zijn behandeld.
Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd met verbetering van gronden. Appellant krijgt geen hogere schadevergoeding en geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de toegekende schadevergoeding en proceskosten passend zijn en wijst het hoger beroep af.