Appellante had bijstand ontvangen die door het dagelijks bestuur van Orionis Walcheren werd ingetrokken en teruggevorderd tot een bedrag van €41.147,08 wegens schending van de inlichtingenverplichting. Tevens werd een boete van €327 opgelegd. De schending betrof het niet melden van bijschrijvingen en stortingen op haar bankrekening en PayPal-account.
Appellante stelde in hoger beroep dat het niet aanleveren van bankafschriften een schending van de medewerkingsverplichting was en niet van de inlichtingenverplichting. Dit verweer werd niet nader toegelicht en appellante verscheen niet op de zitting. De Raad oordeelde dat de schending van de inlichtingenverplichting niet ter discussie stond en dat het verweer geen grond bood om het besluit te vernietigen.
De Raad constateerde echter dat de procedure meer dan vier jaar had geduurd, wat een overschrijding van de redelijke termijn betekent. Daarom werd de boete ambtshalve verminderd met 5% tot €310,65. De overige besluiten werden bevestigd en de proceskosten werden niet toegewezen.